Musea in de Breestraat, kan dat?

Leiden is bekend om haar musea. De aandacht gaat vaak uit naar de 7 grote musea, maar in totaal telt Leiden 14 musea. Vaak prachtige musea die veel bezoekers trekken, 4 daarvan staan in de Nederlandse top-50 (2011) van meest bezochte musea.

De vier grootste Leidse musea waren in 2011 samen goed voor 640.500 bezoekers!

Niet alleen zijn ze populair, over de loop van de tijd trekken ze ook steeds meer bezoekers.

En niet voor niets schreef de Raad voor Cultuur dat het Rijksmuseum van Oudheden, het Museum Volkenkunde en Naturalis alledrie een voortrekkersrol moeten nemen als kerninstelling op de gebieden van archeologie, volkenkunde en -cultuur en natuurwetenschap. De Leidse musea doen er dus toe. En dat in groeiende populariteit.

Toch is een verwijzing naar hun aanwezigheid in de Leidse binnenstad niet altijd makkelijk te vinden. We hebben gelukkig wel de Leidse Loper, de route om door Leiden heen te wandelen, al doet deze niet alle musea aan.

Vergroting zichtbaarheid Leidse musea in Breestraat

Hoe vergroten we nu de zichtbaarheid van de musea in de Breestraat?

Als we de binnenstad niet alleen tot de beste binnenstad van Nederland willen laten uitroepen (in 2017), maar de binnenstad ook gewoon een fijne plek willen laten zijn voor  de eigen inwoners en bezoekers…dan moeten we de combinatie gaan maken met cultuur en economie. De verrassende winkelweekenden aan het eind van elke maand zijn wat dat betreft een goed begin.

De samenwerking tussen cultuur en economie past binnen de ontwikkeling naar een bruisende binnenstad. De Raad van Cultuur schrijft in haar advies over de musea over het ontgrenzen van toegankelijkheid (p.27): “Aangezien museumbezoek veelal een vorm van vrijetijdsbesteding is, zou de openstelling hierbij beter moeten aansluiten. In de beleveniseconomie geldt immers een ander tijdsregime, met bijvoorbeeld avondopenstellingen. Daarnaast is een grotere verweving met publieke ruimten en functies wenselijk, die aansluit bij de wensen van het publiek, waardoor er een grotere en drempelverlagende zichtbaarheid bereikt kan worden.”

Hoe kunnen we dit toepassen in de Breestraat? Wij zien daartoe 2 mogelijkheden.

1) Musea delen een pand in de Breestraat dat ze bijvoorbeeld op halfjaarlijkse basis rouleren. Zo kan je in een half jaar genieten van enkele topstukken uit Naturalis, waarna het Rijksmuseum van Oudheden de invulling voor haar rekening neemt. Misschien dat je door het zien van een Romeinse soldaat toch eens de hele collectie wilt zien op het Rapenburg.

En waarom zou een museum zich dan ook niet tijdelijk verbinden met de horeca zaken in de Breestraat? Bij Burgerzaken een ontbijt zoals de Romeinen vroeger tot zich namen? Of een aantal klassieke wijnen uit het oude Rome bij Wijnbar Bourgogne? Een wijnproeverij in het Rijksmuseum op het Rapenburg? Waarom niet?

Een andere ontwikkeling die ook landelijk te zien is, is de beweging om (depot) stukken ten toon te stellen in andere dan museale locaties: ”Het verdient aanbeveling om – waar mogelijk – collecties ook buiten museale instellingen te tonen en te laten functioneren, zeker wanneer dit depotstukken betreft. Het museum is immers meer dan een gebouw.”(Raad van Cultuur). Kortom, het is mogelijk, nu nog de wil!

Door een pand voor een museale inrichting te bestemmen, kan je het pand in één keer aanpassen zodat het met presentaties en veiligheid op de juiste manier wordt ingericht.

2) Een andere, radicalere optie, is het oprichten van een nieuw museum in Leiden. We richten een groots pand in als het Leids Stedelijk Museum voor Moderne Kunst. Dit museum vervult daarmee de verfrissende rol als tegenhanger van de huidige musea met hun grote oriëntatie op geschiedenis.

 

 

 

 

Leiden richt zich als ‘stad van ontdekkingen’ op nieuwsgierige bezoekers, bezoekers die verrast willen worden. Dat sluit aan bij de ontwikkeling die binnensteden meemaken. Binnensteden zijn niet meer per definitie het decor voor alleen maar winkelen, maar moeten juist meer te bieden hebben. Geen monocultuur, maar een mix van horeca, winkels en cultuur is wat zowel inwoners als bezoekers verleidt om te komen naar de binnenstad. Dat is het terrein waar de musea en de Breestraat elkaar op vinden.

Wist u dat…

Wist u dat het Rijksmuseum van Oudheden al eens op de Breestraat heeft gezeten? In 1837 werd de Breestraat 18-22, een verbouwd woonhuis, de nieuwe plek van Rijksmuseum van Oudheden.

Gezocht: een nachtwaker voor het Rijksmuseum van Oudheden op de Breestraat

Het onderkomen werd al snel te klein, zelfs een nieuwe verdieping in 1858 gaf geen verlichting. Na 1918 vertrok het Rijksmuseum uiteindelijk naar de definitieve locatie, het Rapenburg.

Dat de Breestraat een prachtige locatie was voor een museum hadden onze voorvaderen al goed begrepen!

 

Ronald van der Steen

 

5 thoughts on “Musea in de Breestraat, kan dat?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>