Breestraat Blues door Jan Montagne, de Leidse stadsdichter

BREESTRAAT BLUES

 

Je vraagt je af: wat hebben o.a Frank Zappa, Jean Luc Ponty, Supertramp, Beatles, en Bob Dylan met de Breestraat te maken? Een stel rock & Roll artiesten uit een vaag verleden. Een rare muzieksmaak zult u denken. Het is de muziek die ik vroeger kocht bij de platenzaak Plato, die toen nog aan de Breestraat zat. Met vrienden gingen we er vanuit de Merenwijk op de fiets naar toe. De Breestraat een beetje rommelige winkelstraat met klinkers en nog twee richtingsverkeer.

We rookten daar een sjekkie, dat kon toen nog gewoon eind jaren zeventig, dronken een bakkie koffie zetten een koptelefoon op ons hoofd en luisterden naar de LP die we wilden kopen. Ja LP, echt vinyl. Nog steeds draai ik af en toe een LP ik heb nog een pick up en nog een paar honderd platen, waarvan zo’n 90% bij Plato is gekocht.

In het weekend gingen we ’s avonds ’beesten en feesten’ in het Breehuis. Een mooie mix van jonge mensen was daar. Of we gingen naar het LVC Daar speelde iedere vrijdagavond een band. Prachtige muziek en optredens heb ik daar gehoord en gezien. We rookten er jointjes, dronken bier, dansten en hadden plezier, en dat allemaal aan de Breestraat. En bij de bushalte bij het stadhuis, vreeën we met de meisjes die we hadden versierd en met de bus naar huis moesten. Een heilige plek. Zelf heb ik ook diverse malen opgetreden met een band in het L.V.C. in de grote zaal of op de zolder. Het was er goed toeven, en altijd wel iets te doen.

En als je een naar een film wilde in een mooie bioscoop dan ging en ga je natuurlijk naar de Trianon een schitterend monument, alleen daarom al.

Op 2 oktober na de taptoe kon je maar beter wegblijven van de Breestraat, zeker rond sociëteit Minerva. Daar waren in die tijd relletjes. Beetje knokken met de politie te paard. Etalageruiten van winkels dichtgetimmerd, anders waren die ook aan gort gegaan.

 

Langzaam is de Breestraat gemuteerd tot een wat meer sjieke winkelstraat. Plato is er niet meer, Breehuis allang verdwenen en het LVC vindt dit jaar ook ergens anders zijn onderkomen.

Nu vind je er boekenwinkels, modezaken horeca en natuurlijk V&D, maar die zat er altijd al.

Hopelijk verdwijnt in de toekomst het asfalt uit de straat en komen er weer gewoon klinkers te liggen, en verdwijnen ook de tientallen bussen die er heen en weer rijden opdat het een mooie winkelpromenade kan worden waar Leiden trots op kan zijn en andere steden stiekem jaloers naar kijken.

 

Mooie herinneringen aan die tijd. En als ik een plaat draai moet ik er altijd even aan denken.

Muziek is meer dan alleen muziek. Het brengt je terug naar de tijd en de plek waar je het kocht en dan ruik ik nog de lucht van plastic beschermhoezen, koffie en sjekkies bij Plato en de dieseldampen van de bussen in de Breestraat.

 

De Leidse Beek volgens Jan van der Sluis

De Leidse beek

Zoveel mensen, zoveel meningen. Soms komen er zo dicht bij elkaar dat ze klonteren tot één. Andere lijken één, maar bij nadere bestudering blijken ze toch fundamenteel anders. We verzuipen er in, in meningen. Da’s maar goed ook. Meningen betekenen dat individuen belangrijk worden gevonden. Wellicht moet dat preciezer zijn: meningen kunnen úiten. Want het is de vraag of individuen in totalitaire omgevingen geen mening hébben of die niet (kunnen of durven) uiten.

Omdat meningen zijn gebaseerd op ondermeer waarden en normen leiden ze vaak tot debat. Debat dat, inderdaad, zou moeten leiden tot een beter begrip van de ander omdat juist die achterliggende argumenten helderder worden. Debat gaat niet om de vraag wie gelíjk heeft. Dat gelijk bestaat vaak niet. Debat leidt wel tot heroverweging.

Debat vormt de samenleving. Het is immers de eindeloze afweging tussen verschillende zienswijzen. Zo lang er meer dan één mens is, zal dat zo zijn: gaan we naar links of naar rechts? Is de mens gemaakt of ontstaan? Wordt dit asfalt of bestrating? Kopen we dit wel of niet? Bij alle beslissingen horen meningen.

Leiden heeft die ook.

Over je omgeving heb je gegarandeerd een mening. Je bent er tevreden over, of niet. Mogelijk zou je er iets aan willen veranderen. Maar wat?

De vergelijking met woninginrichting dringt zich op. Vooral Ikea heeft dat vlijmscherp in de gaten: geef zoekende kopers complete voorbeelden. Van keukens, woon-, kinder-, studeer- en slaapkamers. Zelfs van schuurtjes en zolders. Geen ratjetoe, maar een evenwichtig geheel.

Gelukkig zijn er in het echt geen Ikeakamers te vinden in Nederlandse huizen. Dat is althans míjn indruk. Wat wel aan de orde is, is dat in ieder huis wel eleménten van Ikea zijn te vinden. Maar verder maken we er – gelukkig – een ratjetoe van waar veel over is op te merken. Je vindt er je financiële ontwikkeling in terug, de demografische, de esthetische, de technologische. Een reis door je kamer is reusachtig interessant.

Een stad heeft dat ook.

Zoals een ontworpen huiskamer vaak sfeerloos lijkt, een toonzaal, zo is een ontworpen stad doods. Als ik voor mezelf spreek: ik ken geen enkele nieuwbouwwijk die aantrekkelijk is. Ook niet degene waarin diversiteit is ontworpen. Het is een ernstige vergissing te denken dat je geschiedenis kunt ontwerpen.

Het is een minstens zo ernstige vergissing te menen dat behoud van het bestaande dus wel goed zou zijn. Bij leven hoort verandering. Jij verandert. Je woonkamer verandert. Je stad verandert.

Laat ik eens een ideetje toevoegen aan het arsenaal ideeën voor Leiden.

Leiden heeft de Breestraat. Da’s intrigerend geval. Die straat wordt door velen gezien als belangrijk voor de stad. Maar waarom? Omdat-i het geografisch midden er ligt (lag)? Omdat het stadhuis er is te vinden? Omdat-i op de Rijnoever ligt? Voor de inwoners is het zeker níet de belangrijkste straat, want die gebruiken hem als verkeersader. De concentraties vind je langs de grachten erachter en in de – nog lelijker – Haarlemmerstraat.

En toch proberen de dames en heren ontwerpers die Breestraat tot centrum te ‘designen’. Dat gaat nooit en te nimmer lukken.

De Breestraat heeft niets unieks. Of toch? De straat is vals plat. In het midden ligt een ‘heuvel’ waardoor naar beide uiteinden de straat afloopt. Maar dat unieke beleef je nergens. Tenzij je fietst en er op let.

Mijn voorstel: maak een beek in de Breestraat waardoor dat vals plat gezicht krijgt. Laat water uit een ‘bron’ voor het stadhuis ontspringen en dan zowel naar links als rechts wegstromen door een bedding (voor mijn part van beton). Vang het aan de uiteinden op en pomp het weer terug. Eindeloos.

Dan kan de bus niet meer rijden? Natuurlijk wel, zij het deel in de beekbedding. Het past niet in de historie? Het wórdt de historie. Het belemmert het (langzame) verkeer? Als dat bepalend is, moet dat ook zo worden gesteld en houdt ieder debat over de Breestraat op.

Een beek door de Breestraat. Het zou me niet verbazen als die – zoals een natuurlijke beek ook doet – leven aantrekt en de Breestraat een nieuwe vorm geeft.

De visie op de Breestraat door Harbert van der Kaap, duo raadslid voor de Partij voor de Dieren

Gezellige kitsch of kwaliteit

De dominantie van de auto is de afgelopen decennia bepalend geweest voor de inrichting van de stedelijke omgeving. Het wordt tijd dit te doorbreken en de stad terug te geven aan mens en dier, aan voetganger en fietser. De Breestraat kan hierin een belangrijke rol spelen. Dit betekent dat er geen plaats voor bussen en ander gemotoriseerd vervoer is in de vernieuwde Breestraat.


brestraat fiets

 

Het gekruiste straatpatroon lijkt mij een heel goed idee, maar ik zou verder willen gaan door de bestrating uit zonnepanelen te maken, die van kleur kunnen veranderen en licht kunnen geven. De kleurverandering maakt het wegdek dynamisch, zodat het aangepast kan worden aan de verkeersbehoefte. Als er veel fietsers zijn kan de fietsstrook breder gemaakt worden en op andere delen van de dag als er meer wandelaars zijn smaller. De opgeslagen energie kan ’s avonds gebruikt worden om het wegdek licht te laten geven. Belangrijk voordeel is ook dat die afschuwelijke, historiserende lantarenpalen weg kunnen. Maar ook zonder dit wegdek moet de straatverlichting toch beter kunnen. Over de hele wereld wordt Dutch Design als synoniem gezien voor vernieuwende vormgeving van hoog nivo, maar in Leiden grijpen we kennelijk liever terug naar gezellige kitsch.

De enige plek waar deze quasi antieke palen tot hun ‘recht’ zouden kunnen komen, is voor de geplande historiserende nieuwbouw van het ROC op de plek van het Rijnlandblok. Dit stukje Breestraat zou dan omgedoopt kunnen worden tot Anton Pieckboulevard. Hopelijk hoeft het niet zover te komen, maar dan moet er snel een actie tot behoud van het Rijnlandblok komen. In ieder geval is een grondige en zorgvuldige discussie over de waarde van dit gebouw noodzakelijk, want alles dat minder oud is dan vijftig jaar is kennelijk weerloos. Het Van Nelle magazijn aan de Aalmarkt, een schitterend voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, werd in 1976 gesloopt toen het negenenveertig jaar oud was. Een misdaad tegen het gemeenschappelijk erfgoed, te vergelijken met het opblazen van de Boeddhabeelden door de Taliban.

Het zou pijnlijk zijn als we in de toekomst moeten constateren dat Leiden niet van deze grove fout heeft geleerd.

 

Harbert van der Kaap

 

Duo-raadslid Partij voor de Dieren

De visie van het CDA op de Breestraat, door Moniek van Sandick

 CDA visie op de Breestraat

Op het kruispunt waar wegen en waterwegen van de Oude en Nieuwe Rijn samenlopen ontstond een nederzetting waarvan de hoofdstraat parallel liep aan de zuidoever van de Rijn. Deze brede straat moet vanaf haar prille begin een samengaan zijn geweest van handel, diversiteit van aanbod, markt gericht, aantrekkelijk voor een wijde omgeving en als dijk bestand tegen de grillen van het water. Van heinde en verre deden mensen de nederzetting aan, door de eeuwen heen verdienden de Leienaren hun brood door deze gerichtheid naar buiten.

Die kernwaarden ziet het CDA in de 21e eeuw nog steeds gelden voor deze straat. Een goed bereikbare straat, breed opgezet, met een diversiteit aan handel en cultuur gericht op de wereld om ons heen, die mensen naar onze stad trekt met die typische Leidse goedlachse service die maakt dat de uren op de Breestraat een positieve belevenis zijn.

De aantrekkelijkheid van het stadhuis, al eeuwen het centrum van bestuur, waar getrouwd wordt, waar burgers voor grote evenementen samenkomen, waar de optocht even stil staat en de groten der aarde worden ontvangen.  Bezoekers van het stadhuis moeten zich in de directe omgeving kunnen laven en te ruste leggen, cafeetjes, terrassen, grand café, hotels en een conferentiemogelijkheid  wil het CDA in en rond deze lange straat.

Aanbod

De klant is de moderne mens, digitaal bereikbaar, actief op social media, goed opgeleid, kritisch, gesteld op gemak, service en kennis van zaken.  De Breestraat wordt een handelsmerk op zich, voor de stad, de regio en daarbuiten. Een nieuwe straat op het Monopolybord!

Een diversiteit in aanbod, van deze tijd, in historische panden, met mooie goed onderhouden gevels, waar   kwaliteit en praktische oplossingen samengaan. De opkomst van het internetkopen zorgt voor de noodzaak van een nieuw winkelaanbod:  nieuwerwetse handelshuizen, waar mensen vraag- en aanbod bespreken en bedienen opdat goederen goed bij de klant terecht komen . Nieuwe combinaties van praktische handel en digitale dienstverlening worden gezocht, zoals nu zaken als Djoser, Babbooka, Thuis of Ecosupermarkt unieke combinaties kennen.

Wanneer de grootte van winkelruimtes  achter hun unieke gevel moeten worden uitgebreid is het CDA daar in beginsel voor.

Bereikbaarheid

De handel is bereikbaar voor mensen van verre, waarbij de komst van mensen met auto en trein voorop staat. Goede parkeergarages op loopafstand, een snelle aansluiting met het station (CS en Lammenschans), met bushaltes bij beide uiteinden van de Breestraat. ruimte voor ontmoeten, overleggen, kopen en genieten.

Het CDA ziet een groot en veilig voetgangersgebied voor zich. Een fietsroute die hoofdzakelijk langs de Nieuwe Rijn gaat (behalve op marktdagen) opdat je op de Breestraat kan flaneren, ook na afloop van de een Stadsgehoorzaalbezoek. Goede verlichting, schone straat en kwalitatief mooie stenen, voorzien van nieuwste mogelijkheden voor communicatie en veiligheid.

Het CDA wil een straat, die samen met de Haarlemmerstraat en het Stationsgebied een eigen  invulling geeft aan het totaalaanbod dat de Leidse binnenstad moet leveren. Tevens wil het CDA een rust op de Breestraat, zodat het makkelijk oversteken is opdat het achterland van het Pieterskwartier beter bij de binnenstad wordt betrokken.

 Inrichting

Aantrekkelijkheid van een winkelgebied is een dagelijks gevecht vóór het winnen van klandizie en tegen slijtage en tegen vernieuwde winkelcentra elders in de regio als bijvoorbeeld Haarlem, Leidschendam, Zoetermeer, Alphen aan den Rijn. De historische stad is ons visitekaartje, maar mag geen bejaarde dame zijn.  Het CDA zoekt een  combinatie van traditie, stijl, kwaliteit en een moderne visie.
Het CDA wil een inrichting die 40 jaar mee kan. Daarna staat er weer een nieuwe generatie te popelen om opnieuw in te richten. Goede kwaliteit materialen, stevige ondergrond en een duidelijke stijl.

De stijl moet een verbinding leggen tussen de Nieuwe Rijn en het Pieterskwartier, zodat dit een eenheid uitstraalt in plaats van een Breestraat als scheidslijn.

De Breestraat omvormen zal gevolgen hebben voor de rest van de stad. Vraagstukken als waar laten we de bussen en  fietsen, waar parkeren en welke invulling van de panden  zullen veel voor- en tegenstanders kennen. Belangrijk is dat er stappen gaan worden gezet want stilstand is slecht voor de handel  en aantrekkelijkheid van de stad en de werkgelegenheid die daar uit voorkomt. Het CDA kijkt uit naar een nieuwe schakel in de lange ketting die Breestraat heet.

 

Hoezo historisch?

Gastblog van Walter van Peijpe, raadslid GroenLinks

Er is één zin in het herinrichtingsplan voor de Breestraat die mij intrigeert: “…Met minder obstakels waardoor de historische panden veel beter tot hun recht komen en waardoor het straatbeeld rustiger wordt…”. Wat zouden ze daar nou mee bedoelen, vraag ik mij af, met historische panden?

Binnenkort zal het zogenaamde ‘Rijnlandblok’, naast het oude postkantoor, gesloopt gaan worden. In plaats daarvan komt de nieuwbouw van het ROC-ID College. Voormalig wethouder Van Woensel zei hier het volgende over: “Met dit historisch ogende ontwerp komt in de plaats van het lelijke leegstaande kantoorpand aan de Breestraat en de Boommarkt een eigentijds schoolgebouw dat past in de Leidse schaal…..”

Continue reading

OV in Leiden en OV doorleiden

Gastblog door Gerard Bartels
Inwoner Leiden

De Leidse agglomeratie, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Voorschoten Centrum heeft min of meer de vorm van een uit zijn voegen gegroeid vierkant, ingeklemd tussen twee snelwegen. Een vierkant kun je in vier stukken van ongeveer gelijke grootte verdelen. Dat betekent dat de Leidse agglomeratie in vier sectoren verdeeld kan worden, de Russische, Franse, Engelse en Amerikaanse sector. Deze sectoren worden ieder exclusief, dat wil zeggen met uitsluiting van andere sectoren, steeds vanuit één hub (verdeelstation) bediend door het OV. Een hub kan een bescheiden overstapstation zijn, zonder dat de inrichting er van veel geld hoeft te kosten. Ook kan een hub gecombineerd worden met een parkeergarage.

Continue reading

Waar ik eigenlijk voor zou willen pleiten is …

Gastblog door Bayer Vastgoed

Ik was dinsdagavond zeer onder de indruk van jullie initiatief en betoog. Het is werkelijk te gek dat er mensen opstaan om de patiënt (Breestraat) trachten te helpen. Jammer genoeg hebben jullie ervoor gekozen er geen discussie te laten ontstaan, dan wel derden hun ideeën te laten ventileren op deze avond. Nogmaals de beste stuurlui staan aan wal. Ik weet het ook niet allemaal. Ik vond jullie ideeën geweldig , maar ook wel een beetje wildwest. Bijvoorbeeld een watertje door de straat, lijkt mij alleen maar een veroorzaker van letsel. Maar dit ter zijde.

Continue reading

Lofzang op de Breestraat [gastblog]

Gastblog door Laurens Verspaandonk
Eigenaar Comtesse en voorzitter ondernemersvereniging Breestraat

Vanuit Stadslab is me gevraagd iets te schrijven over de Breestraat  vanuit de visie van een betrokken ondernemer. Sinds 1939 is onze winkel  “Comtesse” op de Breestraat gevestigd. Eerst van een tante, maar sinds 1975 van ons. Zelf hebben we een tijd lang boven de zaak gewoond en ook onze kinderen zijn er geboren en hebben de eerste tijd in het centrum van Leiden gewoond; altijd met veel plezier. Later zijn we verhuisd naar een wijk vlak buiten het centrum om toch zaak en privé beter te kunnen scheiden, maar elke dag werken we weer met veel plezier op de Breestraat.

Continue reading

Houd de Binnenstad bereikbaar

Gastblog door Paul Bordewijk 
Voorzitter van de afdeling Holland Rijnland van Rover, de vereniging voor reizigers met het openbaar vervoer.

De wereld beleeft niet alleen een economische crisis, maar ook een ecologische. Daarom proberen we het gebruik van fossiele brandstoffen te beperken, bij voorbeeld door mensen te stimuleren de auto te laten staan en de bus te nemen. Openbaar vervoer is ook belangrijk om mensen die om welke reden dan ook geen auto hebben of niet kunnen fietsen, in staat te stellen mee te doen. Het is een basisvoorwaarde om mensen in staat te stellen zich zelfstandig te verplaatsen.

Continue reading